Meten is weten
« GroenLinks vraagt WarmbouwenoverzichtLeidse studenten kiezen voor WarmBouwen »
De basis van Carbon Matters wordt gevormd door twee gedreven heren die hun sporen verdiend hebben in het bedrijfsleven. Gerd-Jan Otten en Jan van den Berg stellen dat de bestaande energielabels geen exact beeld geven het energieverbruik. Daarom rekent Carbon Matters voor organisaties of gebouwen het energiegebruik uit in Mega Joules en neemt de (huidige) de CO2 emissie als 0 meeting. Meten is weten. Alleen dan krijgt de gebruiker een beeld van de besparing. Beide heren zijn er van overtuigd dat wat CO2 besparing betreft de bestaande bouw de grootste uitdaging vormt. WarmBouwen heeft daarvoor op dit moment het beste concept vinden zij. WarmBouwen gaat in gesprek met Gerd-Jan Otten en Jan van den Berg.
Jan van den Berg
"WarmBouwen draait precies de lijnen om," antwoordt Jan van den Berg op de vraag waarom WarmBouwen goed bij Carbon Matters past. "Er is genoeg energie als we de bestaande energie gebruiken om gebouwen te verwarmen in plaats van fossiele brandstoffen. Dat is toch het concept waarin je wilt leven! En dan is er ook nog een prachtig monument waarin dit concreet is toegepast," zegt hij enthousiast. Jan van den Berg is 27 jaar werkzaam geweest in de olieindustrie, dus hij kent het belang en risico's van fossiele brandstoffen. Op een gegeven moment is hij zich meer gaan focussen op een toekomstgerichte lijn waarin aandacht is voor een balans in de CO2 uitstoot. Duurzaamheid in combinatie met een economische haalbaarheidsfactor sprak hem aan. "Idealisme is mooi, maar zaken worden pas echt duurzaam als er een solide economische basis onder ligt." Zijn zakenpartner Gerd-Jan Otten heeft ook een geschiedenis in de fossiele brandstoffen. "Bij de oliemaatschappij waar ik werkte werden de risico's bedrijfsmatig beheerd, maar niet structureel aangepakt, en daar zat voor mij op een gegeven moment geen uitdaging meer in," legt hij uit. Zijn ideeën over de praktische kant van duurzaamheid sloten goed aan bij die van Jan van den Berg.
40% van alle gebruikte energie in Nederland wordt in de vorm van warmte ingezet. En 25% van alle gebruikte energie gaat naar de bebouwde omgeving, leggen beide heren uit. Wil Nederland haar Europese afspraken nakomen, dan zal men toch naar een aanpak voor bebouwde omgeving moeten kijken. Er is creativiteit en een gedurfde visie nodig om daar de doelstellingen te halen. En WarmBouwen is volgens de heren van Carbon Matters zo'n gedurfd concept.
Duurzame gebouwen zorgen voor het halen van de klimaatambities, maar duurzaamheid heeft binnen de Carbon Matters-filosofie meer aspecten. Als de architectuur behouden kan kan worden, dan heeft dat een positieve invloed op de waarde van het gebouw, en komt het ook de aantrekkelijkheid van historische binnensteden en het leefklimaat ten goede. Dat heeft weer een gunstige invloed op de commerciële huurprijs van het gebouw. "WarmBouwen heeft met de Tempel aangetoond dat dit mogelijk is," stelt Jan van den Berg. "Een duurzaam kantoorpand dat haar monumentale karakter heeft behouden zonder zichtbare verwarming of airconditioning en dat toch een uitstekende klimaatbeheersing kent, dat is toch uniek!" De combinatie van WarmBouwen en Carbon Matters biedt eigenaren van historische panden een unieke gelegenheid om hun panden te positioneren voor het topsegment is hun verwachting.
Gerd-Jan Otten
Het conserveren van de architectuur moet volgens de heren uiteraard zorgvuldig gebeuren, maar gedurfde keuzes maken creatieve oplossingen mogelijk. Zo heeft Den Haag volgens hen tegenwoordig een aantrekkelijke binnenstad. De stad heeft in de afgelopen decennia interessante keuzes gemaakt waardoor bijvoorbeeld het Binnenhof tegenwoordig is voorzien van een moderne skyline. "Toch heeft het Binnenhof haar historische karakter behouden," stelt Otten "Ik woon zelf in een huis uit 1929 dat in de jaren zeventig is gemoderniseerd. Dat heb ik weer zoveel mogelijk in oude stijl teruggebracht. Maar je kunt wel zien dat dit in 2010 gebeurd".
Warmte en Koude opslag (WKO) onder de grond is een essentieel onderdeel van WarmBouwen. Daar wordt de energie opgeslagen die 's zomers afgevangen is door het gebouw totdat het 's winters weer teruggeven wordt aan het gebouw. WKO's zullen in de toekomst een grotere rol gaan spelen bij duurzaam bouwen en renoveren, waardoor steeds vaker problemen zullen gaan optreden bij het aanvragen van de vergunningen voor WKO's stellen de heren. Nu is er niets geregeld en geldt het principe 'Wie het eerst komt, die het eerst maalt', maar op dit moment zijn er in Utrecht al problemen met WKO's. Een oplossing zien zij in een uitbreiding van het bestaande bestemmingsplan. "Voeg daar binnen de huidige regelgeving een ondergrondsbestemmingsplan aan toe en je voorkomt een hoop problemen," stelt Gerd-Jan Otten. "Landelijke of regionale overheden kunnen daar het voortouw in nemen."
Het nieuwste WarmBouwen-project, de verduurzaming van de studentensociëteit Minerva in Leiden, zien de heren als een interessante aanvulling op het rijksmonument de Tempel. "Het gebouw vormt een opmerkelijk contrast met de Tempel, en laat zich qua bouwstijl het beste omschrijven als een soort 'brute zakelijkheid',"stelt Jan van den Berg. "Toch hebben de leden van de sociëteit een band opgebouwd met hun gebouw. Daarom is het van belang dat WarmBouwen-techniek het mogelijk maakt dat het gebouw tijdens het renovatieproces met respect behandeld wordt." De studenten hebben in de loop der jaren een bepaald patina aan het gebouw toegevoegd dat nu zorgvuldig geconserveerd wordt. Zelfs de jaren-vijftig lampjes blijven behouden. "Dan is het leuk als je kunt zeggen: Kijk, hier kan het ook!"
www.carbonmatters.nl
« GroenLinks vraagt WarmbouwenoverzichtLeidse studenten kiezen voor WarmBouwen »